Computerverslaving, kent u dat?
Opa moet bewegen! werd me enkele maanden geleden toegekrijst.
Anders wordt opa niet oud!
Het is maar de vraag of ik dat wil worden, boven de 70 is het in verzorgingsstaat Nederland niet zo’n pretje. Ze straffen je babyboomstatus met extreem lange dwangverzorging.
Maar de nadelen van geestelijk sportief internetten wil ik de komende tien jaar ook niet.
Beweging + computeren zijn niet te combineren. Je kunt niet typen en muizen als je verwikkeld bent in Steps, barbells en loopband. Het gaat gewoon niet. Daarbij is de schrijfinspiratie nu eenmaal optimaal als je met een hapje en een drankje en een sigaretje in een comfortabele stoel zit (een antieke kappersstoel, voor wie het wil weten. En een computertafel van de Kwantum met bladuitsparing voor de buik)
Behalve het lichaam atrofieert de woonomgeving echter ook. Heel irritant; kamers, al heb je er gewoon een nodig voor het computeren. En daar hoort dan weer een slaapkamer bij en een keuken en een badkamer en een gang.
De meeste mensen hebben een partner die minder interesse voor de computer heeft en die doet dan de huishoudelijke taken. Huisgenoten leiden me alleen maar af van mijn pc en kwartaal- neuken kan ik ook bij iemand anders thuis, dus ik hou al jaren mijn deur gesloten voor poetsende en boenende levensgezellen (ze zijn meestal ook niet erg macho).
Het nadeel is dat de boel bij mij thuis vervuilt. De vloeren barsten. De verf bladdert af. De ramen worden matglas. De plafonds komen steeds meer omlaag. Omdat ze zijn veranderd van ruimtelijk Eggshell in claustrofobisch Havanabrown.
Twintig jaar geleden trok ik er in, een driekamerwoninkje begane grond, bouwjaar 1919, met tuin. Van zo’n huisje is iets leuks te maken – ik hou sowieso niet van industrial 21st century design in een woontoren die artistiek scheef gebouwd is – en begon enthousiast te schuren en te gronden en de tochtige vloeren te betimmeren met hardboardplaten en in twee gangkasten een ludiek badkamer- gebeuren in elkaar te knutselen. Daarna kwam er een dipje van zeven jaar. Daar kwam een einde aan in 2000, toen ik van iemand een oude kantoorcomputer cadeau kreeg. ‘Jij schrijft toch altijd stukjes voor een fanclubblaadje? Op die ouwe Olivetti? Hier gaat het veel makkelijker en sneller mee.’
U snapt het al, ik zit anno 2012 in een woning die gedeeltelijk geschuurd is en gedeeltelijk gegrond (in Havanabruin) en betimmerd met hardboardplaten vol soep- en intimiteitsvlekken.
Het zal wel plaatsvervangende schaamte zijn dat mijn voorgeveltje er zeer verzorgd uit ziet, en de tuin ook picobello. Maar ik begreep onlangs dat het zo niet verder kon. Ik kreeg ook last van vanalles. Ik zit te veel.
Nu zit ik wel heel goed, want de twee muisarmen die ik in 2004 ontwikkelde zijn nooit meer teruggekomen. Maar mijn zittende benen beginnen nu langzaam af te sterven.
Je hebt overgewicht! Ja, maar ik krijg ondanks dramatisch diëten mijn 60+ streefgewicht maar niet te pakken. De weegschaal zakte naar 77,5 en ging daar op slot. Ik verbrand niet genoeg. Verbrand, kreng! Ik doe er echt wel wat voor. Geen snoep, geen verkeerd vet meer. Elke dag koken met verse ingrediënten, alles voedingswaardelijk zo uitgebalanceerd dat alle moleculen biologisch verantwoord in elkaar schuiven.
Sinds Kerstmis heb ik mijn fiets ook niet meer gebruikt. Ik loop naar visiteadressen en de supermarkt en aanverwante consumenten- depots. In plaats van één keer in de week twee fietstassen vol te stouwen ga ik nu om de andere dag drie of vier lichte boodschapjes halen, soms bij een super Heel Ver Weg. Lopen, kreng. Lopen is gezond. Het probleem is, lopen is voor je gevoel geen meter vooruit komen als je een auto gewend bent, en voor een fietser geldt hetzelfde. Ik verveel me dus stierlijk onderweg en kom met pijn in m’n poten weer thuis. Soms denk ik dat ik nooooit meer thuis kom. Dat gevoel had ik op de fiets niet. Ik weet het, het zit tussen de oren maar in dat lekkere zitzadel en die twee voortsnorrende wielen leek Snel & Moeiteloos Thuis bedrieglijk echt.
Het moet dus allemaal wat mindertjes. ‘Leef niet zo veel!’ is eigenlijk wat ze tegen je zeggen als je de 60 gepasseerd bent.
Vanmiddag trok ik de internetkabel energiek uit mijn anus en ben bij de Formido een systeemplank (1) wezen halen en een trekschakelaar voor de wc verlichting. (Ik ben al aan mijn tweede wc pot met stortbak toe, terwijl het toilet nog steeds maar Half Af is!) Lopend, uiteraard. Ik heb de koelkast schoongemaakt (oké, de buitenkant) en de ramen gezeemd (1). Ik liet de koffiebus uit mijn jatten vallen en moest de hele keuken aanvegen terwijl dat in september nog gedaan was. Dus ik mag nu van de gezondheidsjunta wel weer een uurtje digitaal zitten.
©2012dedeurs
Images were borrowed without consent of the author(s).
Him or her who objects cometh forward and object.
Illustrations/photos will then be withdrawn.
Neem zo’n lelijk hondje, dat scheelt kruimels zuigen en je hebt een excuus om te wandelen. Heb er zelf ook een, zo’n trouw kijkende pluis haar met een staartje. Te stom om voor de duvel te dansen maar wel lievv.
Ik zie dat ik eigenlijk een luxepositie heb, en omdat ik bijna alleen vaste lasten uitgeef, heb ik dit jaar de kamer(na 15 doorrookte jaren) inclusief plafond kúnnen laten doen, door een bevriende zzp-er.
Maar ik kijk nooit naar het plafond! Dat doet alleen de visite. “Nou, je mag je plafonds wel ‘s witten, zeg’.
Anders had ik het nooit geweten.
Er komt geen huisdier meer. Zelfs de muizen – tegenwoordig net als mussen door Marianne beschermd – heb ik de deur uitgetrapt.
Rook jij ook zoveel Willem? Van Mumke had ik’t trouwens niet verwacht. Toch geen zware sjek hè C.?
Het valt wel mee, ik rook ook wel ‘s niet.
Bij de naam ‘Mumke’ past trouwens zo’n wit meerschuimen pijpje. Je had vroeger van die vrouwen. Waar is ze toch gebleven, de pijprokende ‘Oma Keesje’ in baaien rokken en met bestekelde kin die van het hele koningshuis de verjaardagen en volledige namen wist en bedachtzaam knikte ‘Veertien heb ik er gebaard, zeven konden er meteen in een stijfselkissie en een maand later stond de dominee weer op de stoep, om te vragen hoe het nou ging met Bertus z’n drankprobleem terwijl z’n hand per ongeluk langs m’n schort streek om te voelen of er alweer wat opbolde. Ja, ja, de Here is goed voor me geweest. Achtentachentig en achtentwintig kleinkinderen en acht achterkleinkinderen en ik was m’n onderbroeken nog steeds zelf en proost elleke ochtend en elleke avond met m’n Citroentje met suiker op me man zaliger. En nu ben ik jarig. Toch weer. Gods wegen zijn verdomde ondoorgrondelijk.
…Van wie ben jij d’r nou weer één?’
88, zo oud worden de mensen niet meer, ze moeten wel steeds langer doorwerken.
Ik rook al sinds mijn 14e, vroeger wel shag, maar geen zware. Bij mij was het ook de visite die het hardst over het plafond zeurde,
Nja, eigenlijk zeurden ze dan dus over je rookgewoontes. Maar goed, als het nog duurder wordt ga ik het zelf verbouwen. Vijf plantjes voor eigen gebruik moet toch mogen.